www.alvadam.com

 

Homepage

Duurzame samenleving

Onze Stichtingsfondsen

Fonds Nos Judansa

Fonds Acta Domini

Hoe u geld kunt geven

Hoe u geld kunt ontvangen

Onze Fondsen op naam

Ons Projectfonds

Ons Vermogensfonds

Overige Charity Services

Overzicht onderwerpen

Advies honorering

Over Alvadam

Over de Stichting

Over de Vereniging

Over de Vennootschap

Over de identiteit

Onze vacatures

Who is Who?

Nieuws & Events

Onze E-Zines & E-letters

Alvadam Charity E-Zine

Alvadam Funds E-Zine

Alvadam Services E-Zine

Photo Gallery

Onze Stichtingsprojecten

Partners & Infoweblinks

Sponsored Weblinks

Bloemen

Elektronica

Horeca

(Hypothecair) krediet

Internetdiensten

Kantoorartikelen

Kunst & lifestyle

Reizen & vakanties

Telecommunicatie

Verzekeringen

Warenhuizen

Werk & opleiding

Zakelijke dienstverlening

Contact & Disclaimer

Business Information

   
Generated image
 

ADVIES INZAKE SALARISSEN EN TRAKTEMENTEN AAN PASTORES

van kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland, op wie geen CAO of andere centrale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is, per 1 juli 2008

 

I) Salaris-/traktementstabellen voor pastores (voorgangers/pastorale werkers e.d.):

De salarissen (voor pastores in loondienst) en traktementen (voor pastores die niet in loondienst zijn) zijn afgestemd op salarisschaal 8 t/m 11 van de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, conform onderstaande tabel:

Schaal 8

Voor de (junior) pastor op HBO-/bachelors-niveau (die zelfstandig of als lid van een team van vrijgestelde pastores zijn/haar arbeid uitoefent)

Schaal 9

Voor de senior pastor op HBO-/bachelors-niveau (die leiding geeft aan een team van vrijgestelde pastores)

Schaal 10

Voor de (junior) pastor op WO-/masters-niveau (die zelfstandig of als lid van een team van vrijgestelde pastores zijn/haar arbeid uitoefent)

Schaal 11

Voor de senior pastor op WO-/masters-niveau (die leiding geeft aan een team van vrijgestelde pastores)

Pastores die niet in loondienst zijn, en door de Nederlandse fiscus zijn aangemerkt als pseudo-ondernemer of pseudo-werknemer, hebben recht op de totale salariskosten als compensatie voor het zelf treffen van voorzieningen betreffende levensloopperspectief, pensioenvoorziening, langdurige arbeidsongeschiktheid en (onvrijwillige) werkeloosheid. Een overzicht van de (totale) salariskosten per bruto maandsalaris is elektronisch opvraagbaar via: emailbox@alvadam.com

 

II) Vakantieverlof:

A) De pastor op voltijdbasis (36 uur of meer) heeft recht op 170 uur basisvakantieverlof per jaar.

B) Het aantal uren basisvakantieverlof wordt, afhankelijk van de leeftijd die de pastor in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, verhoogd overeenkomstig de hierna volgende tabel:

Leeftijd:

Verhoging:

30 tot en met 39 jaar

7,2 uur

40 tot en met 44 jaar

14,4 uur

45 tot en met 49 jaar

21,6 uur

50 tot en met 54 jaar

36 uur

C) De pastor die niet op voltijdbasis werkzaam is, of die slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in dienst is, heeft naar evenredigheid recht op genoemde aantal uren basisvakantieverlof, respectievelijk extra leeftijdgebonden verlof. De afronding van deze uren vindt plaats op hele uren, ten gunste van de pastor.

 

III) Vakantietoeslag:

Pastores krijgen 8% vakantiegeld uitbetaald (in mei of bij einde dienstverband) over het verdiende salaris/traktement in de periode juni (voorgaand jaar) tot en met mei (lopend jaar). Conform de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening hebben pastores recht op een minimum vakantietoeslag. Deze is per 1 januari 2008 € 1.651,92 op jaarbasis, of te wel € 137,66 bruto per maand op voltijdbasis. 

 

IV) Eindejaarsuitkering:

De vaste eindejaarsuitkering bedraagt 3,5%, met een minimum van € 1.025,00 op voltijdbasis.

 

V) Reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer:

  • Een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer op basis van het laagste klassetarief; of
  • Als de pastor voor de reis, met toestemming van het kerkbestuur, gebruikmaakt van een eigen auto, terwijl hij/zij op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan reizen, een vergoeding van € 0,09 per kilometer; of
  • Als de pastor voor de reis, met toestemming van het kerkbestuur, gebruikmaakt van een eigen auto terwijl hij niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan reizen, een vergoeding van € 0,34 per kilometer; of
  • Als de pastor voor de reis, met toestemming van het kerkbestuur, gebruikmaakt van een taxi terwijl hij niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan reizen, een vergoeding van de kosten hiervan; of
  • Als het kerkbestuur en de pastor het met elkaar overeenkomen, kan het kerkbestuur op zijn kosten aan de pastor een auto ter beschikking stellen voor de reis.

VI) Reiskostenvergoeding voor dienstreizen:

  • Als er sprake is van een vergoeding per afgelegde kilometer waarbij de pastor met toestemming van het kerkbestuur gebruik maakt van de eigen auto, motor of scooter, ontvangt de pastor de volgende vergoeding voor de gemaakte vervoerskosten:

1 t/m 5.000 km.

€ 0,37

5.001 t/m 10.000 km.

€ 0,33

10.001 en meer

€ 0,30

  • Indien de pastor gebruikt maakt van de bromfiets, de fiets of het openbaar vervoer, is de volgende vergoeding voor vervoerskosten van toepassing:

Bromfiets (per km.)

€ 0,10

 

Fiets (per km.)

€ 0,05

 

Openbaar vervoer

Een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer op basis van het hoogste klassetarief

 

VII) Tegemoetkoming premie ziektekostenverzekering:

De pastor heeft recht op een maandelijkse tegemoetkoming in de premie voor zijn aanvullende ziektekostenverzekering van € 10,00 bruto ongeacht de omvang van zijn/haar dienstverband.

 

VIII) Vergoeding voor telefoonkosten:

De pastor die in opdracht van het kerkbestuur thuis een telefoonaansluiting tot zijn beschikking heeft, heeft recht op zowel een volledige vergoeding van de aanleg- en abonnementskosten van door het kerkbestuur als noodzakelijk beschouwde extra apparatuur, alsmede een volledige vergoeding van de kosten voor het voeren van dienstgesprekken, in het geval dat de telefoonaansluiting daarvoor uitsluitend gebruikt wordt.

 

IX) Algemene onkostenvergoeding voor thuiswerk/telewerk:

Als het kerkbestuur aan de pastor, al dan niet op diens eigen verzoek, het thuis verrichten van werkzaamheden wil kunnen opdragen, heeft de pastor recht op een vergoeding voor het gebruik van ruimte, energie, inventaris en apparatuur van € 1.200,00 bruto per jaar, of te wel € 100,00 bruto per maand op voltijdbasis.

 

X) Jubileumtoelage:

De pastor heeft, al of niet met onderbreking, bij het volbrengen van een ambtstijd van 25, 40 of 50 jaar, recht op de volgende jubileumgratificatie:

  • Bij 25 dienstjaren: een half maandsalaris;
  • Bij 40 dienstjaren: een heel maandsalaris;
  • Bij 50 dienstjaren: een heel maandsalaris.

 

INFORMATIE OVER HONORERING VAN PASTORES VANUIT FISCAAL-JURIDISCHE OPTIEK

Kerken en geloofsgemeenschappen hebben veelal pastores vrijgesteld. Als compensatie ontvangen pastores een honorering. Veel denominaties worstelen met de vraag of daarover loonbelasting ingehouden moet worden. Deze informatie wil een handreiking bieden voor een antwoord op die vraag.


Wanneer is er sprake van een (pseudo-)dienstbetrekking?

Een arbeidsverhouding kan onder bepaalde omstandigheden worden aangemerkt als een dienstbetrekking of een fictieve dienstbetrekking. In dat geval zijn de regels van de loonbelasting van toepassing. De pastor wordt dan een werknemer. Hierdoor kan de betreffende denominatie verplicht zijn de regels van de loonbelasting/premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen toe te passen. De denominatie dient dan een salarisadministratie te voeren.

Uitgangspunt voor het bepalen of er sprake is van een dienstbetrekking is de privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst. Een arbeidsovereenkomst kan zowel schriftelijk als mondeling worden aangegaan. De feiten waaronder de arbeid wordt verricht bepalen of er sprake is van een dienstbetrekking.

Er is sprake van een dienstbetrekking als de arbeidsverhouding alle volgende kenmerken heeft:
· de werknemer heeft zich verplicht enige tijd arbeid te verrichten
· de werkgever is verplicht om de werknemer voor de arbeid te betalen
· tussen de werknemer en de werkgever bestaat een gezagsverhouding.

Bij de beoordeling zijn omvang en duur van de verrichte arbeid en de omvang van het ontvangen loon van minder belang. Daardoor is de gezagsverhouding het meest bepalend. Met een gezagsverhouding wordt bedoeld dat de werkgever het recht heeft opdrachten en aanwijzingen te geven hoe het werk moet worden verricht.

Indien het bestuursorgaan van de denominatie gezag over de pastor uitoefent, dan zou de arbeidsrelatie van een pastor als dienstbetrekking kunnen worden aangemerkt. Hierdoor zou de pastor als een werknemer beschouwd worden voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen.

Een aantal kerken hanteert echter het uitgangspunt dat bij hen geen sprake is van een arbeidsverhouding, omdat er geen gezagsverhouding is tussen het bestuursorgaan en de pastor. Als de gezagsverhouding inderdaad ontbreekt, is er sprake van een pseudo-dienstbetrekking. Daar waar de gezagsverhouding niet onbreekt, is de pastor in loondienstverband.
 

De pastor als pseudo-werknemer

Bij een pseudo-dienstbetrekking kunnen de denominatie en de pastor ervoor kiezen hun arbeidsverhouding vrijwillig als een fictieve dienstbetrekking aan te merken. De pastor wordt dan een pseudo-werknemer. Dit wordt 'opting-in' genoemd. Hierdoor zijn alle regels van de loonbelasting van toepassing. De pseudo-werknemer kan daardoor deelnemen aan pensioenregelingen, werknemersspaarregelingen, een regeling voor een vaste kostenvergoeding en de geschenkenregelingen. Bovendien voorkomt de pseudo-werknemer dat hij in één keer zijn aanslag inkomstenbelasting moet betalen. De denominatie houdt namelijk gedurende het jaar loonbelasting in en draagt dit af voor de pseudo-werknemer. De pseudo-werknemer verrekent de loonbelasting met zijn aanslag inkomstenbelasting.

De wetgever stelt de volgende voorwaarden aan de pseudo-werknemer:
· de pseudo-werknemer is niet werkzaam als ondernemer, en
· de arbeidsverhouding is aangegaan voor ten minste één maand
· de arbeid wordt persoonlijk op doorgaans één dag per week verricht
· de beloning bedraagt ten minste een vijfde van het minimum loon per maand.
De werknemer kan slechts éénmaal uit de pseudo-dienstbetrekking stappen.

In tegenstelling tot het werknemerschap wordt de pastor als pseudo-werknemer niet als een fictieve werknemer voor de werknemersverzekeringen aangemerkt. Daardoor zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Dit betekent overigens dat bij arbeidsongeschiktheid en/of werkloosheid geen uitkering krachtens de werknemersverzekeringen toegekend wordt. 


De pastor als pseudo-ondernemer

Indien de arbeidsverhouding niet wordt aangemerkt als een (fictieve) dienstbetrekking, geniet de pastor inkomsten uit arbeid buiten dienstbetrekking. In tegenstelling tot de fictieve diensbetrekking houdt de denominatie geen loonbelasting in. Om die reden hoeft de denominatie niet te beschikken over een salarisadministratie.

De pastor als pseudo-ondernemer ontvangt het bruto traktement zonder inhoudingen voor zowel loonbelasting/premie volksverzekeringen als werknemersverzekeringen. Zijn bruto traktement wordt door de fiscus aangemerkt als inkomsten uit arbeid buiten dienstbetrekking en dientengevolge belast in de inkomstenbelasting. De pastor als pseudo-ondernemer dient daardoor zijn honorarium te vermelden in zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

Het belastbare inkomen uit arbeid buiten dienstbetrekking wordt op overeenkomstige wijze bepaald als het belastbaar loon voor de loonbelasting. Kort gezegd kan de pastor de gemaakte kosten ter verwerving van zijn inkomsten aftrekken. Daarnaast kan de denominatie de gemaakte kosten op declaratiebasis onbelast vergoeden.

Bij gemaakte kosten ter verwerving van inkomsten kan onder meer worden gedacht aan: kosten van zakelijke telefoongesprekken, kosten van internet en andere middelen van mobiele communicatie, kosten wegens aanschaf vakliteratuur, kosten wegens zakenlunches en –diners, representatiekosten, kosten van zakenreizen en verblijf, kosten wegens deelname aan vakcursussen en bijscholing, kosten van aanschaf van computerapparatuur en voor de ten behoeve van die apparatuur gebruikte materialen (bijvoorbeeld diskettes, cd-roms, papier e.d.), administratie- en vervoerskosten.

Huizen, 12 mei 2008
AAvD
 

WANNEER IS ER SPRAKE VAN EEN VERWORVEN RECHT?

 

Naar aanleiding van vragen over verworven recht, het volgende:

 

Juridisch gezien is er bij een werknemer sprake van een verworven recht als bij de werknemer het vertrouwen is gewekt dat sprake is van een ‘recht’. Zoiets kan gebeuren als een schriftelijke arbeidsovereenkomst door tijdsverloop achterhaald raakt en er zekere ‘tradities’ gaan ontstaan. Voorbeelden daarvan zijn: een vaste roostervrije dag, rekening houden met schoolvakanties en privégebruik van werkgeverseigendommen. Wanneer in dit soort situaties sprake is van een verworven recht, dan is de werkgever daaraan gebonden en kan de werknemer nakoming via de rechter afdwingen.

 

De vraag of sprake is van een verworven recht moet beantwoorden worden op basis van alle feiten en omstandigheden. De jurisprudentie laat een wisselend beeld zien. Op beide partijen rust bewijslast. Wanneer een situatie zeer lang duurt, ontstaan sneller een verworven recht. De factor ‘tijd’ is veelzeggend, maar tegelijk een lastig te vatten begrip. Want ‘een lange termijn’ is relatief en moet namelijk gewogen worden tegen het perspectief van de casus. Maar ook termen als ‘redelijkheid’ en ‘billijkheid’ worden in dit verband genoemd.

 

Ten aanzien van een in de praktijk gegroeide situatie met betrekking tot een arbeidspatroon geldt het volgende. Het feit dat een werknemer gedurende geruime tijd steeds in hetzelfde arbeidspatroon werkt, geeft aanspraken op continuering van dat patroon. Het maakt in dat verband niet uit of het arbeidspatroon al dan niet schriftelijk in een arbeidsovereenkomst is vastgelegd. Het praktische gegeven is namelijk van groot belang. Nu betekent dat ook niet dat een werkgever te allen tijde gehouden is een eenmaal overeengekomen patroon (of in de praktijk gegroeid patroon) tot in lengte van jaren voort te zetten. Er kunnen omstandigheden zijn die wijziging van het patroon rechtvaardigen. Deze omstandigheden kunnen bijvoorbeeld van (zwaarwegende) organisatorische aard zijn, bijvoorbeeld omdat anders geen bezetting mogelijk is of te maken hebben met de functievervulling door de betreffende werknemer. Met persoonlijke wensen en omstandigheden moet een werkgever rekening houden, maar deze gaan niet boven alles.

 

In alle gevallen zal bij wijziging van een langdurige situatie een zorgvuldige afweging van alle specifieke omstandigheden moeten plaatsvinden. Een algemene regel hoe om te gaan met een verworven recht is daarom dan ook niet op voorhand aan te geven. Met andere woorden: er is voorzichtigheid geboden bij het doen van uitspraken over verworven rechten.

 

Huizen, 16 mei 2008

AAvD

Wilt u meer informatie? Neem dan contact met ons op!
Albert A. van Daalen Ministries (Alvadam) ~ Zomerkade 3 ~ NL-1273 SL Huizen (NH)
T: +31 (0)35 - 656.13.78 ~ F: +31 (0)35 - 656.20.22 ~ E:
emailbox@alvadam.com

Website powered by Network Solutions®

vereniging, stichting en vennootschap voor een duurzame samenleving ~ association, foundation & company for a sustainable society